Bedieningselementen links

1

Naaldstand boven/onder

2

Afhechten/Motiefeinde

3

Snelheidsregelaar

Naaldstand boven/onder

Met de toets Naaldstand boven/onder kunt u de naald omhoog en omlaag zetten.

Afhechten

Met de toets Afhechten kunt u het geprogrammeerde aantal afhechtsteken automatisch naaien.

Als u vóór het naaien op de toets drukt, worden de afhechtsteken aan het begin van de naad genaaid.

Als u tijdens het naaien op de toets drukt, worden de afhechtsteken meteen genaaid en stopt de machine.

Tip

In de naai-instellingen Functietoetsen kunt u nog andere functies aan de toets toewijzen.

Snelheidsregelaar

Met de snelheidsregelaar kunt u de naai- en borduursnelheid regelen.

Tip

Met de instelling Naaisnelheid en de borduurinstelling Borduursnelheid kunt u voor een betere controle tijdens het naaien of borduren de maximale snelheid instellen.